1 Comment on “

  1. SUCCESPATRONEN, PATROONTAAL EN BUURTINITIATIEVEN
    Een patroon is een aantal regels of procedures in een bepaalde volgorde. Hier is niets nieuws aan. Er zijn denkpatronen, gedragspatronen, ontwerppatronen, protocollen, enz. Patronen zijn er altijd al geweest. Er wordt zodoende niets nieuws geïntroduceerd, maar de aandacht wordt gevestigd op iets wat er altijd al was: de systemen en processen die essentieel zijn, en wat minder op de dingen die ze beïnvloeden. Patroontaal is simpelweg een rangorde of een netwerk van patronen.
    De eerste vorm van patroontaal is ontwikkeld door de Brits/Amerikaanse architect Christopher Alexander in de 70er jaren van de vorige eeuw en was gericht op de wereld van architectuur. Alexander vroeg zich af, wat maakt een gebouw “levend”, functioneel en elegant. In zijn boek “A Pattern Language” wijst Alexander op de praktische aard van zijn taal. Ieder patroon beschrijft een probleem dat telkens weer opnieuw in onze omgeving voorkomt. Vervolgens beschrijft het de kern van de oplossing van dat probleem op een zodanige wijze dat je deze oplossing onbeperkt kunt toepassen, zonder ooit tweemaal hetzelfde te doen. Het gaat er dus om dat de patronen de kern of de onderliggende eigenschappen van een succesvolle oplossing beschrijven en niet de concrete oplossing zelf. Patronen geven generieke oplossingen voor specifieke problemen. Hierin verschillen ze van case-studies en andere veel gebruikte documentatie, want die geven specifieke oplossingen voor specifieke problemen.
    Mogelijke toepassingen van patroontaal zijn:
    1. Participatie: meer mensen bekend maken met de opbrengsten van bv. buurtinitiatieven door het inzetten van patroontaal en ze uit nodigen om in hun eigen omgeving er effectief mee aan de slag te gaan.
    2. Communicatie: het beter zichtbaar maken van de lessons learned en hun rol in voortschrijdende duurzame (her)ontwikkeling.
    3. Beschrijving van het systeem en proces (op een gestructureerde manier), naast de al bestaande beschrijving van outcomes (bv. case studies, behaalde resultaten). Dus een verschuiving naar systeemdenken.
    4. Verbinding: het verband tussen afzonderlijke activiteiten en projecten, zowel afgerond als doorlopend, zichtbaar en hanteerbaar maken met het oog op ‘sense making.’
    Project ontwerp en ontwikkeling. Maak een ontwerp patroon – Ontwerpen met essenties. (vooral bij startende initiatieven).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *